-------
Voor meer informatie over de cursus Levenskunst, lees >>>
Wil je enige oriëntatie op het thema, lees dan bijvoorbeeld over mijn onderzoek naar de betekenis van levenskunst voor mijzelf en mijn eigen leven. Dit materiaal zal dus geen algemeen uitgangspunt vormen voor de cursus, al zal ik er wel wat van gebruiken. In de cursus staat ieders eigen levenskunst en het onderzoek daarnaar centraal.
-------
Deze rubriek was bedoeld voor iedereen die het leuk vond om dieper over dingen na te denken. En omdat nadenken tijd nodig heeft, ging het er hier rustig aan toe. Elke eerste vrijdag van de maand verscheen een vraag. De tweede vrijdag stelde ik o.a. vragen ter verdieping, de week daarop stonden meestal verbanden tussen antwoorden en uitgangspunten centraal. De vierde vrijdag sloot ik het zoeken af met een antwoord.
Wegens andere prioriteiten stop ik tijdelijk met deze rubriek. Denken jullie ondertussen vooral rustig verder. Succes!
Week 1 Eerste associaties
Is bevriend zijn met jezelf egoïstisch?
Mag dat wel?
Of moet het juist?
In de jaren '70 van de vorige eeuw klonk soms dit lied:
Would you take better care of yourself
Zou je beter voor jezelf zorgen
would you be kinder to yourself
zou je vriendelijker voor jezelf zijn
would you be more forgiving
zou je toegeeflijker zijn
of your human imperfections
jegens je menselijke onvolmaaktheden
if you realised the best friend was yourself?
als je inzag dat jijzelf de beste vriend was?
Who is always with you everywhere
Wie gaat altijd overal met je mee
who is on your side when others are unfair
wie staat aan jouw kant als anderen niet eerlijk zijn
and tell me who will never let your down in any situation
en vertel me wie jou nooit laat vallen
who will always see you get your share?
wie er altijd op toe zal zien dat jij je deel krijgt?
And that's why I am the best friend to myself
En daarom ben ikzelf mijn beste vriend
and I take me out whenever I feel low
en neem ik mij mee wanneer ik somber ben
and I make my life as happy as a best friend would
en maak ik mijn leven zo gelukkig als een beste vriend zou doen
I'm as nice to me as anyone I know.
Ik ben zo aardig tegen mij als wie dan ook kan zijn.
Helen Reddy
Week 2 Omtrekkende bewegingen
Er is iets vreemds aan de hand met relaties die je met jezelf zou kunnen hebben. Om wat voorbeelden te geven:
jezelf op de kop zitten
jezelf in de weg zitten
met jezelf overhoop liggen
jezelf een schouderklopje geven
van jezelf houden
jezelf verachten
twijfelen aan jezelf
jezelf haten
Want:
wie of wat is dat, dat zichzelf op de kop zit?
Of in de weg?
Dat met zichzelf overhoop ligt?
Schouderklopjes uitdeelt?
En wat krijgt dat schouderklopje dan?
Aan wat precies wordt getwijfeld?
Etcetera.
Er is dus een actief ik en een passief ik: het ene verwijt het andere ik iets, of complimenteert het, straft het of prijst het, bemint, veracht of haat...
Wij zijn gebroken wezens: wij zijn uit onze naïeve onmiddellijkheid gevallen; onze innerlijke eenheid is verbroken.
Wij kunnen over onszelf nadenken. Wij zijn reflexief geworden, wij kunnen in gedachten en in taal terugbuigen op onszelf. Schijnt.
Nu is de vraag:
welk ik is sterker: het ik dat actief is of het ik dat passief is, het ik dat bemint en haat, of het ik dat bemind en gehaat wordt?
Hoeveel ikken kunnen er maximaal zijn? Ikken die er relaties met elkaar op na kunnen houden, zoals vriendschap?
Week 3 Verbanden leggen en beklemtonen
Deze week zijn er een paar reacties binnengekomen die ik in mijn zoektocht naar een antwoord zal verwerken. De eerste reactie is van Marco. Hij stelt het volgende voor:
"Voor een strijd zijn er minimaal twee partijen nodig, maar er is toch een "ik"? De relatie met jezelf is een relatie tussen het verstand en het gevoel. Ik als persoon ben hierin de scheidsrechter en bepaal uiteindelijk of verstand of gevoel de overhand krijgt."
Marco
Een spannend verband dat hier wordt gelegd: de relatie die je met jezelf hebt is een relatie tussen gevoel en verstand. De relatie tussen gevoel en verstand kan slecht of goed zijn en dat is dan de relatie van jou tot jou zelf.
En dan maakt Marco een heel bepalende keuze: Als er strijd tussen beide bestaat, lossen de strijdende partijen het niet zelf op door een strijd van erop of eronder, of onderhandeling of door op andere wijze vrede te sluiten. Nee, er is een derde factor die de uitslag bepaalt: ik als persoon. Deze Ik-(hoofd)Persoon scheidsrechtert over de mogelijke strijd van het Ikdeel-Verstand en het Ikdeel-Gevoel. Van deze keuze komen problemen, hoe klassiek de keuze in essentie ook is.
Plato's wagenmenner
In Marco's vergelijking is sprake van een drie-eenheid die doet denken aan het idee van de mens bij Plato (rond 400 v.Chr.). In het werk Phaedrus komt een passage voor over de "psychologie" van de mens. Het begrip psychologie bestond toen weliswaar nog niet, maar het is wel afgeleid van hoe er toen over de aard van het beestje mens gedacht werd. Psychologie betekent letterlijk: kennis of leer van de psyche; en psychè betekende bij de oude Griekse filosofen: het onsterfelijke levensbeginsel waardoor het lichaam bewogen wordt, oftewel waardoor gedrag tot stand komt. In onze vertaling heet dit levensbeginsel ‘ziel' en vroeger betekende psychologie dan ook ‘zielkunde'.
De ziel of psychè nu incarneerde in het vlees en, in een vergelijking van Socrates in de woorden van Plato:
"Haar wezen is te vergelijken met de verenigde kracht van een gevleugeld span [paarden] en een wagenmenner. Van de goden nu zijn de paarden en de menners allen zelf edel en van edele afkomst, maar van de anderen is dit gemengd. Bij ons, mensen, vooreerst bestuurt de menner een tweespan; van de paarden is het ene edel en goed en van edele afkomst, maar het andere van tegengestelde afkomst en van tegengestelde aard. Moeilijk dus en lastig is noodzakelijk het besturen bij ons."
Phaedrus, ong. 370-360 v.Chr., in de vertaling van Schwartz (Het spectrum 1968)
Deze ziel heeft weer een stuurman: de geest, en het is die geest (‘nous' in het Grieks) die in staat is om echte kennis en echt begrip van al wat is te verwerven. Deze wagenmenner of geest van mensen kan meer of minder kennis en begrip hebben en zo zijn twee paarden meer of minder op koers houden. Gedurende zijn leven kan de geest meer echte kennis, namelijk van de waarheid, verkrijgen en zo met elke incarnatie een betere wagenmenner worden. He is niet verwonderlijk dat de filosofisch ontwikkelde geest de beste wagenmenner is...
In deze tekst van Plato is dus het idee van karma (de Hindoeïstische leer van verdienste) terug te vinden, want hoe beter iemand geleefd heeft, des te hoger de status van de volgende incarnatie van de ziel (Phaedros §248)! Een mensenziel kan ook incarneren als dierenziel, en dan eventueel t.z.t. weer als mensenziel incarneren. Maar wie altijd dierenziel geweest is, wordt dus nooit een stuiver meer...
Verder zijn nog ideeën over helse straffen en hemelse beloningen te vinden in §249. Maar terug naar ons onderwerp.
De Ik als Persoon van Marco is duidelijk verwant aan de stuurman c.q. geest van Plato/Socrates. Gevoel en verstand zijn dan als de paarden die in toom gehouden moeten worden.
Mijn persoon...
Wij moderne mensen gebruiken niet meer zo snel het woord ziel wanneer we het hebben over waarom we zijn wat we zijn en doen wat we doen. Dat woord is ook vaak beladen met religieuze ideeën. De uitdrukking "Dat sneed door mijn ziel" heeft echter nog wel steeds betekenis net als "hij heeft gewoon soul!". Alleen lijkt het begrip ziel of soul hier meer als beeld te worden ingezet dan als een werkelijk iets dat ook nog eens kan verkassen van mens naar mens of naar hemel of hel.
Maar het woord persoon is ook zo neutraal nog niet.
De oorsprong van het begrip ‘persoon' is het Griekse ‘persona' en betekende vroeger het masker dat een acteur droeg om zijn ‘personage' in een drama uit te beelden - want zo ging dat vroeger in het Griekse theater: dat was spelen met maskers... Die betekenis is het inmiddels kwijtgeraakt maar het is grappig om er even bij sti te staan dat in de oorspronkelijke betekenis persoon juist stond voor een vij wijze van spreken vals zelf...
Het moderne begrip van persoon is vooral in het recht als juridisch begrip uitgewerkt. Denk aan ‘rechtspersoon' of 'natuurlijk persoon'. Maar abstract is het wel, en formalistisch.
Wat kunnen wij vandaag de dag eigenlijk verstaan onder persoon, of onder ik als persoon? Van wat voor stof is deze ‘persoon' gemaakt? Is het een onstoffelijke ziel of geest, iets dat er niet werkelijk is??? Of moet die persoon toch zelf ook ‘iets' zijn of tenminste een functie ergens van zijn, dus resultaat van toch iets anders echts? Want wat voor soort actie is dat beoordelen en hoe beoordeelt de scheidsrechter? Waar komen de criteria voor de beoordeling vandaan? Waarmee meet hij/zij/het?
Hoe vindt de aansturing van gevoel en verstand plaats? Hoe worden ze getemd of tot zwijgen gebracht - concreet?
...en beter ik
De andere reactie is van Anneke. Zij citeert uit het in maart 2011 verschenen boek "De geheugenhut" van Tony Judt:
"Deze weinig productieve nachten zijn welhaast fysiek frustrerend. Natuurlijk kun je jezelf voorhouden dat je niet te streng moet zijn, en dat het al heel wat is dat je nog niet gek bent geworden: er staat toch nergens geschreven dat je daarnaast ook nog productief moet zijn? Ik ervaar weliswaar een zeker schuldgevoel als ik me zo eenvoudig aan mijn lot overlever, maar wie zou het onder deze omstandigheden beter kunnen doen? Het antwoord op deze vraag luidt natuurlijk ‘mijn betere ik'. Het is verrassend hoe vaak we van onszelf verlangen een betere versie van onszelf te zijn - en dat terwijl we volledig op de hoogte zijn van de moeite die het gekost heeft om zelfs maar te komen tot waar we nu zijn".
Hier duikt ‘mijn betere ik' op als redder in de nood. Mijn betere ik zou niet getormenteerd rond hoeven lopen, productief zijn, niet gefrustreerd en vooral dus: met zichzelf in het reine zijn - maar let wel: omdat het ‘beter' presteert. Wat is dat nu voor eigenliefde of vriendschap met jezelf?
De taal van gevoel en verstand
Als wij een innerlijk conflict hebben, is dat dan wel een strijd tussen gevoel en verstand?
En wat voor strijd is dat dan? Spreken dat gevoel en dat verstand dan tegen elkaar? En spreken ze elk hun eigen taal en is er daarom iets nodig dat beide talen spreekt? Maar dan weer: wat voor iets is deze derde factor dan? Spreekt het gevoel eigenlijk wel in woorden?
Hebben we wel een bemiddelaar of hogere macht als een scheidsrechter nodig om te beoordelen wie de doorslag geeft? Is het wel de strijd tussen gevoel en verstand als we niet met onszelf bevriend zijn?
Kunnen we zelfveroordeling of eigenliefde niet anders denken dan als strijd tussen verschillende machten of als vriendschap tussen verschillende machten?
Kan het ook zonder verdeeld zelf?
Of kunnen we het gevoel en verstand zelf, onderling, qua tegenstelling laten oplossen in een synthese?
En wat betekent dat dan concreet? Of: hoe vertaal je dat naar het leven van alledag?
Ik wil het graag zo eenvoudig mogelijk houden en me makkelijk kunnen voorstellen, vriendschap met mezelf. En vooral praktisch haalbaar...
Week 4 Tussentijd
In een heel ander kader stuitte ik op literatuur die erg relevant kan zijn voor het (mijn) antwoord op de vraag van de maand. Komende week zal ik wat artikelen gaan uitspitten en volgende week hoop ik deze arbeid in mijn weekbijdrage te kunnen verwerken!
Aangezien ik inhoud boven vorm verkies, stel ik de afrondende bijdrage(n) dus bij deze uit tot in april.
Hulpvragen voor komende week
- heb je ooit het gevoel gehad dat je je bijna letterlijk verscheurd voelde?
- Zo ja, wat was daarvoor de aanleiding en hoe is dat afgelopen?
- kun je hetzelfde tegelijkertijd wel en niet willen?
- wat zorgt voor de eenheid van ons zelf/onszelf?
- hoe weet je dat je bevriend met jezelf bent?
Dat was het weer voor vandaag.
Week 4 Afronding
Over het bevriend zijn met jezelf is heel veel te melden en te speculeren, invalshoeken te over. Te veel dus!
Omdat ik maar niet kon kiezen, stelde ik mijn laatste bijdrage steeds weer uit. Ik had klant van mijn eigen praktijk kunnen worden...
Maar nu heb ik besloten tot mijn slot: ik doe wat ik een paar maanden geleden al heb bedacht, maar toen niet goed genoeg vond. Inmiddels heb ik veel meer gedachten en overwegingen verzameld en aanzetten voor theorieën, maar geen betere afsluiting dan die van toen.
Daarom betrek ik deze keer gewoon maar eens stelling en kies voor een zeer bepaalde invalshoek, namelijk de invulling van met jezef bevriend zijn als fundamenteel voor je geestelijke gezondheid:
- Je bent voldoende bevriend met jezelf wanneer je doet en denkt en voelt wat je niet schaadt, voorzover je weet;
- en dat houdt dus in dat je hele hebben en houden hierbij op het spel staat en dat je dit geheel geen kwaad wenst, zoals een echte vriend(in) betaamt;
- omdat je hele hebben en houden met je manier van leven is gemoeid, kan wat je doet nooit perfect zijn in de zin van tegemoet komen aan al je behoeften en verlangens en vermogens, want de ene behoefte rijdt het andere vermogen gegarandeerd soms in de wielen;
- teleurstelling en moeten leren incasseren kunnen niet worden uitgebannen, dat zit er helaas niet in;
- je bent bevriend met jezelf wanneer je tleurstelling ook niet wilt uitbannen, het niet hoeft van jezelf, omdat je de grenzen van je (leer)vermogen redelijk, maar niet onkritisch inschat;
- je bent voldoende bevriend met jezelf als je beseft dat je voor je leven en overleven fundamenteel afhankelijk bent: van de zuurstof die je inademt tot het vriendelijke woord van je medemens en daarom weet je hoe belangrijk het is om te zorgen voor de vervulling van al deze basale behoeften;
- als die basis op orde is, in al zijn gebrekkigheid en imperfectie, in een voortdurend veranderend, want dynamisch evenwicht, dan blijkt misschien vanzelf hoe sociaal je bent. En dan merk je vanzelf dat het ook bij je hoort om niet alleen van alles (aan) te nemen, maar ook hoeveel je (door) te geven heb.
Bevriend zijn met jezelf, in al deze betekenissen, leert je hoe belangrijk het is om bevriend te zijn met anderen en de omgeving waarin je leeft.
Wie alleen geeft, loopt leeg. Wie alleen neemt, blaast zichzelf op.
Voor tijden van nood en andere dagen is er deze prachtige koan:
"18. Een gelijkenis
Boeddha vertelde in een sutra een gelijkenis:
Een man kwam bij het oversteken van een veld een tijger tegen. Hij vluchtte, de tijger achtervolgde hem. toen de man voor een afgrond kwam te staan wist hij de wortel van een wilde klimplant te grijpen en slingerde zichzelf over de rand. Boven zijn hoofd snoof de tijger naar hem. Bevend keek de man naar omlaag, waar ver beneden een andere tijger stond te wachten om hem op te eten. Alleen de klimplant hield hem tegen.
Twee muizen, een witte en een zwarte, begonnen heel langzaam de klimplant door te knagen. De man zag vlakbij een heerlijke aardbei. Zich met de ene hand aan de klimplant vasthoudend plukte hij de aardbei met de andere. Wat smaakte die zoet!"
Uit: Zen-zin Zen-onzin, Paul Reps
1968/1998. Uitgeverij Ankh Hermes)
Met dit gebrekkige, maar voor mij voldoende antwoord op de vraag verklaar ik deze rubriek tot nader order gesloten!